Wetboek-online maakt gebruik van cookies. sluiten
bladeren
zoeken

Jurisprudentie

AP4618

Datum uitspraak2004-06-17
Datum gepubliceerd2004-06-30
RechtsgebiedStraf
Soort ProcedureRaadkamer
Instantie naamGerechtshof 's-Hertogenbosch
Zaaknummers12072/APP
Statusgepubliceerd


Indicatie

(...) Op zich bestaat geen bezwaar tegen een optreden ter zitting in raadkamer van een raadsman als gemachtigde van een niet verschenen verdachte. In de praktijk is het ook gebruikelijk dat het hof een raadsman als gemachtigde van een niet verschenen verdachte toestaat het woord te voeren. Daar staat tegenover dat naar het oordeel van het Hof uit de desbetreffende wetsbepalingen en met name uit het gestelde in artikel 23 van het Wetboek van Strafvordering niet valt af te leiden dat er een vertegenwoordigingsbevoegdheid bestaat en derhalve ook een plicht om een raadsman als gemachtigde van een niet verschenen verdachte toegang tot de zitting te verlenen.


Uitspraak

GERECHTSHOF TE 'S-HERTOGENBOSCH ===================== | VOORLOPIGE HECHTENIS ===================== Parketnummer 1e aanleg : [verdachte] 03/005196/04 Raadkamernummer : 12072/APP Volgnummer: 09 Het gerechtshof te 's-Hertogenbosch, gezien de akte van de griffier van de rechtbank te Maastricht d.d. 13 mei 2004, waarbij namens [verdachte], geboren te [geboorteplaats], op [geboortedatum] 1984, [adres], thans preventief gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting "Overmaze" te Maastricht, hoger beroep is ingesteld tegen de beschikking van de rechtbank te Maastricht d.d. 13 mei 2004, bij welke beschikking de verlenging gevangenhouding van [verdachte] voornoemd werd bevolen. gezien de beschikking waarvan beroep; gehoord de advocaat-generaal en verdachte, bijgestaan door zijn raadsman; De raadsman van verdachte heeft het navolgende aangevoerd: Verdachte heeft bij de rechtbank afstand gedaan van zijn verschijningsrecht en is derhalve niet ter zitting in raadkamer verschenen. Verdachte had zijn raadsman gemachtigd, aldus de raadsman, om namens hem het woord te voeren. Aan de raadsman is ondanks zijn herhaaldelijk verzoek de toegang tot de zitting geweigerd waardoor hij niet in staat is geweest namens verdachte verweer te voeren. Deze gang van zaken dient aldus de raadsman tot gevolg te hebben dat de beslissing van de raadkamer van de rechtbank nietig wordt verklaard en de voorlopige hechtenis van verdachte wordt opgeheven, zo althans verstaat het hof het gevoerde verweer. Het hof overweegt met betrekking tot dit verweer het navolgende: Op zich bestaat geen bezwaar tegen een optreden ter zitting in raadkamer van een raadsman als gemachtigde van een niet verschenen verdachte. In de praktijk is het ook gebruikelijk dat het hof een raadsman als gemachtigde van een niet verschenen verdachte toestaat het woord te voeren. Daar staat tegenover dat naar het oordeel van het Hof uit de desbetreffende wetsbepalingen en met name uit het gestelde in artikel 23 van het Wetboek van Strafvordering niet valt af te leiden dat er een vertegenwoordigingsbevoegdheid bestaat en derhalve ook een plicht om een raadsman als gemachtigde van een niet verschenen verdachte toegang tot de zitting te verlenen. Nu ook anderszins het standpunt van de verdediging geen steun in het recht vindt verwerpt het Hof het gevoerde verweer; overwegende, dat het Hof zich met de beschikking als hierboven vermeld en de gronden waarop deze berust verenigt; overwegende, dat het Hof van oordeel is dat de situatie als bedoeld in art. 67a, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering zich niet voordoet; dat gelet op het bovenstaande het hoger beroep dient te worden afgewezen; Gelet op de artikelen 66 - eerste en derde lid, 67, 67a, 71 - tweede lid en 78 van het Wetboek van Strafvordering. BESCHIKKENDE IN HOGER BEROEP: Wijst af het hoger beroep; Bevestigt de beschikking waarvan beroep; Aldus gedaan op 17 juni 2004 door Mr. Van Nierop, als voorzitter, Mrs. Lo-Sin-Sjoe en Van Dijk, als raadsheren in tegenwoordigheid van Mr. Brouns, als griffier. _______________________________ _______________________________ _______________________________ _______________________________ De advocaat-generaal bij dit Gerechtshof brengt vorenstaande beschikking ten kennis van verdachte. 's-Hertogenbosch, 17 juni 2004 Gezien d.d. De directeur van Pen. Inr. te Maastricht.